Nieuwe wet geeft miljoen vrijwilligers duidelijker statuut

De ministerraad keurde vandaag de nieuwe Vrijwilligerswet van vice-eersteminister en minister van werk Kris Peeters en minister van sociale zaken Maggie De Block goed. De ruim een miljoen vrijwilligers in ons land krijgen daardoor een duidelijker statuut. Daarnaast engageerde de ministerraad zich om na het zomerreces het plafond van de kostenvergoedingen voor sportvrijwilligers, nacht- en dagoppassen en niet-dringend liggend ziekenvervoer op te trekken.

Kris Peeters: ”De wet van 2005 over de rechten van de vrijwilliger was een mijlpaal omdat ze bescherming bood aan vrijwilligers die zich belangeloos inzetten voor sociale activiteiten. Tegelijk zijn er in de praktijk een aantal interpretatie- en andere problemen die tot onzekerheid leiden bij vrijwilligers of bij vrijwilligersorganisaties. Met dit wetsontwerp nemen wij die onzekerheid weg, zodat zowel de vrijwilligers als de organisaties die hen verenigen, nog beter beschermd worden en sterker staan in hun statuut.”

In ons land zetten 1,2 miljoen vrijwilligers zich in via een vereniging. Hun activiteiten worden geregeld via de Vrijwilligerswet uit 2005. Naar aanleiding van het tienjarig bestaan van de wet hebben minister van werk Kris Peeters en minister van sociale zaken Maggie De Block aan de hoge Raad voor Vrijwilligers gevraagd om de wet grondig te analyseren en aan te geven welke punten beter kunnen, rekening houdende met de concrete problemen op het terrein. De wet werd nu aangepast en pakt een aantal situaties aan die in het verleden voor onduidelijkheden zorgden.

Naaste de nieuwe wet, sprak de ministerraad af om na het zomerreces het plafond van de kostenvergoeding op te trekken voor bepaalde vrijwilligersactiviteiten. Voor onder meer nacht- en dagoppassen en niet-dringend liggend ziekenvervoer betekent het jaarplafond van 1.334 euro, dat ze hun engagement maar beperkt kunnen uitvoeren. Het optrekken van het plafond voor die activiteiten zal daar verandering in brengen.

Dit zijn de vernieuwingen aan de Vrijwilligerswet:

  •     Vrijwillige bestuurders en mandatarissen

De opstellers van de wet van 2005 hebben duidelijk de wil uitgedrukt dat ze van toepassing is op de bestuurders en mandatarissen van instellingen zonder winstoogmerk, die hun mandaat kosteloos uitoefenen. In de praktijk ondervinden deze bestuursvrijwilligers evenwel soms moeilijkheden met de fiscale administratie of met de RVA die het vrijwillig karakter van hun activiteit aanvechten wegens de grootte van de organisatie, de uitgeoefende functie (bijvoorbeeld: penningmeester) of de verwarring tussen vergoedingen als vrijwilliger en presentiegeld.

Vrijwillige bestuurders en mandatarissen zullen voortaan expliciet onder het toepassingsgebied van de vrijwilligerswet vallen. Hun engagement is onontbeerlijk voor het verenigingsleven.

Om als vrijwilligers te kunnen worden beschouwd, moeten de bij het wetsontwerp bedoelde mandatarissen of bestuursorganen alle bepalingen van de wet van 2005 naleven, onder andere geen enkele vergoeding ontvangen of enkel de bij artikel 10 bedoelde kostenvergoedingen, en geen presentiegeld dat een bezoldiging is voor de deelname aan vergaderingen.

  •     Verduidelijking van het beroepsgeheim

Het begrip 'beroepsgeheim' wordt verduidelijkt voor vrijwilligers. Tot nu toe moest de vrijwilliger vaak zelf proberen achterhalen of zij of hij al dan niet aan het

beroepsgeheim was onderworpen. Een vrijwilliger die maaltijden bedeelt in een rusthuis bijvoorbeeld, kan bepaalde gegevens uit een medisch dossier opvangen. Hier rijst dan meteen de vraag van het beroepsgeheim.

Vanaf nu zal de organisatie die een beroep doet op vrijwilligers hen duidelijk moeten maken of het beroepsgeheim al dan niet op hem of haar van toepassing is.

  •     Kostenvergoeding

De vrijwilligers krijgen volgens het vernieuwde statuut een “kostenvergoeding” in de plaats van een “vergoeding”. Uit het onderzoek door de Hoge Raad voor Vrijwilligers op het terrein was gebleken dat de term “vergoeding" voor verwarring zorgde. Een vrijwilliger wordt namelijk niet betaald voor zijn engagement.

Als een organisatie geld betaalt aan vrijwilligers, gaat het enkel om een bedrag dat de kosten dekt die verband houden met de activiteit. Het gaat niet om de verloning van arbeid of een compensatie voor de tijd die de vrijwilliger heeft geïnvesteerd. Het vormt een terugbetaling van kosten die de vrijwilliger maakt, ook wanneer het om een forfaitair bedrag gaat.

  •     Fiets –of autovergoeding

Vrijwilligers kunnen voortaan een vergoeding krijgen voor het gebruik van de eigen wagen en fiets van hetzelfde niveau als ambtenaren.

  •     Vervoer van personen

Vrijwilligers die het regelmatig vervoeren van personen als activiteit hebben, hebben voortaan geen beperking meer op de cumul van onkostenvergoeding en kilometervergoeding. Normaal gezien bestaat er een plafond voor de vergoeding van kosten uit vervoer dat ligt op 2.000 kilometer per jaar per vrijwilliger. Voor deze vrijwilligers wordt een uitzondering ingevoerd. Zij zullen al hun trajecten in het kader van hun vrijwilligerswerk volledig terugbetaald krijgen.

  •     Geen beslag / collectieve schuldenregeling mogelijk op de onkostenvergoeding

De kostenvergoedingen die een vrijwilliger ontvangt zijn niet vatbaar voor inbeslagname. De vergoedingen zijn namelijk geen inkomen dat de vrijwilliger verrijkt, maar een terugbetaling van kosten. Op deze kostenvergoedingen mag dus logischerwijze geen beslag worden gelegd door de schuldeisers van de vrijwilliger. Door geen beslag mogelijk te maken, worden personen met schulden niet ontmoedigd om vrijwilligerswerk te doen. Ook vrijwilligers die in een collectieve schuldbemiddeling zitten, zullen om dezelfde reden hun kostenvergoeding niet moeten afdragen aan de schuldbemiddelaar.

  •     Occasionele geschenken

Occasionele geschenken voor vrijwilligers zullen verrekend worden in de maximumbedragen voor kostenvergoedingen als de regels van toepassing op werknemers worden nageleefd. De huidige vrijstelling in geval van occasionele geschenken die op werknemers van toepassing is, wordt hiermee uitgebreid naar het vrijwilligersstelsel.

  •     Hoge Raad voor Vrijwilligers wordt versterkt

De wettelijke grondslag van de Hoge Raad voor Vrijwilligers wordt in de Vrijwilligerswet zelf ingeschreven. De wet voorziet bovendien dat iedere nieuwe wetswijziging die een invloed heeft op het vrijwilligerswerk, systematisch zal worden voorgelegd aan de Hoge Raad voor Vrijwilligers. De Raad zal in dat geval een advies verstrekken en kan dat ook op eigen initiatief.

Als bijlage het persbericht in PDF

Datum
20 juli, 2018
Bron
Kabinet Peeters
Persbericht

Persbericht KLIK HIER

De ministerraad keurde vandaag de nieuwe Vrijwilligerswet goed.

" data-share-imageurl="http://krispeeters.be/sites/default/files/150546653342721_76491639_1280.jpg">