Lagere lasten voor kmo’s en kleine zelfstandigen

Naast de jobcreatie versnellen en de koopkracht verhogen zet het akkoord van de federale regering in op de verlaging van de lasten voor kleine ondernemers.

Kris Peeters: “De hervorming van de vennootschapsbelasting zet sterk in op een lastenverlaging voor kmo’s en kleine zelfstandigen, die de ruggengraad van onze economie vormen. Een extra inspanning wordt gevraagd van de grote vermogens. Dit alles geeft een boost aan de economie en draagt bij tot een meer fiscale rechtvaardigheid.”

Lastenverlaging voor kleine ondernemingen

Aangezien de economie en de werkgelegenheid in België in grote mate steunen op kmo’s, kiest de regering ervoor om de tarieven voor die ondernemingen drastisch te verlagen. Voor hen daalt de vennootschapsbelasting van gemiddeld 29 procent nu, naar 20 procent in 2018. Voor grote vennootschappen gebeurt een stapsgewijze verlaging van 33 nu naar 25 procent. De crisisbijdrage van 3 procent wordt geleidelijk afgebouwd.

Kris Peeters zorgde voor maatregelen om fiscale nadelen weg te werken die kleine zelfstandigen nu hebben in vergelijking met vennootschappen. De belasting op stopzettingsmeerwaarden wordt verlaagd. Verder wordt de aftrek van wagens hervormd zodat milieuvriendelijke wagens fiscaal voordeliger zijn, zoals reeds het geval is bij vennootschappen. De investeringsaftrek wordt verhoogd naar 20 %, zowel voor kleine zelfstandigen als kmo’s.

Om éénmanszaken te ondersteunen wordt een kostenforfait ingevoerd, gelijk aan dat van werknemers.

Belastingontwijking wordt aangepakt

Samen met de verlaging van de tarieven van de vennootschapsbelasting worden achterpoortjes geschrapt die in het verleden sommige ondernemingen toelieten om nauwelijks belastingen te betalen. De bedoeling is om het belastingsysteem rechtvaardiger te maken en te garanderen dat iedereen bijdraagt in functie van zijn kunnen. Zo wordt in lijn met Duitsland een minimumtarief van 7,5 procent ingevoerd om overmatig gebruik van aftrekposten te vermijden (opbrengst 640 miljoen). De Europese richtlijn tegen belastingontwijking door multinationals (ATAD) wordt versneld ingevoerd waardoor buitensporige intrestaftrekken en constructies met belastingparadijzen onmogelijk worden gemaakt (opbrengst 1,2 miljard).

De sancties voor het niet indienen van een belastingaangifte door vennootschappen worden aanzienlijk verhoogd en herhaalde inbreuken worden extra gesanctioneerd. Om vennootschappen aan te zetten om hun aangifteverplichtingen correct na te leven worden voortaan geen nieuwe fiscale aftrekken meer toegestaan op het moment van de controle (opbrengst 120 miljoen).

De meerwaardebelasting op de verkoop van aandelen door ondernemingen wordt aanzienlijk aangescherpt (opbrengst 275 miljoen). Waar nu slechts in een beperkt aantal gevallen belasting moet worden betaald, zal voortaan standaard de vennootschapsbelasting van 25 procent toegepast worden. Enkel als vennootschappen aandelen meer dan een jaar aanhouden én als het gaat om aandelen van ondernemingen die tot dezelfde groepsstructuur behoren, betalen ze geen belastingen.

Bedrijven die hun economische activiteiten organiseren in verschillende vennootschappen zullen daar niet langer een fiscaal nadeel door ondervinden. Een bedrijf organiseren in een groepsstructuur zal binnenkort fiscaal neutraler zijn.

Grote vermogens dragen bij

Een abonnementstaks van 0,15 procent wordt ingevoerd en draagt bij tot een meer rechtvaardige fiscaliteit. De effectenbelasting geldt enkel voor wie meer dan 500.000 euro aan aandelen, obligaties en fondsen bezit, waardoor de meest vermogende Belgen aan de belasting zullen worden onderworpen. De belasting zal 254 miljoen euro opleveren.

Verder wordt de kaaimantaks versterkt zodat vermogens die ondergebracht zijn in juridische constructies niet langer kunnen ontsnappen aan de taks (opbrengst 50 miljoen). Bepaalde juridische constructies glippen nu nog door de mazen van het net, door bijvoorbeeld gebruik te maken van tussenstructuren of door een beursnotering aan te vragen.

Tot slot wordt een gelijk speelveld gecreëerd tussen collectieve beleggingsinstellingen of ICB’s en gemeenschappelijke beleggingsfondsen, die voor rekening van een belegger in ICB’s beleggen. Op inkomsten uit die laatste zal voortaan ook roerende voorheffing betaald moeten worden, zoals dat nu al het geval is voor collectieve beleggingsinstellingen (opbrengst 50 miljoen).

Voor persbericht in PDF klik hiernaast

Datum
26 juli, 2017
Bron
Kabinet Peeters
Persbericht

PDF Persbericht KLIK HIER

Bron
CD & V
INFOGRAFIX SAMENVATTING

Infografix KLIK HIER

Federale regering zet in op de verlaging van de lasten voor kleine ondernemers.

" data-share-imageurl="http://krispeeters.be/sites/default/files/LASTENVERLAGING%20ONDERNEMERS.jpeg">